Maar weinig zzp'ers hebben iets geregeld voor hun pensioen. Het pensioenakkoord gaat wel over zzp'ers, maar niet over hun pensioen. Je moet het dus zelf doen als zzp'er, maar dat is behoorlijk ingewikkeld: het kost veel tijd om te doorgronden hoe het werkt. Daarbij komt ook nog eens dat het vertrouwen in de markt voor financiele producten nog steeds laag is, de woekerpensioenen liggen nog vers in het geheugen.

Wij hebben hoogleraar Roel Beetsma gevraagd om met ons een podcast op te nemen met de meest prangende vragen van zzp'ers. Moet ik wat doen? En zo ja wat en bij wie? Dit is uiteraard geen volledig advies, maar het kan je een beetje op weg helpen. 

Luister hier naar de podcast  op iTunes, Spotify en Soundcloud.

Lees je liever? Hier is de samenvatting van de podcast
De pensioenen staan onder druk. De vergrijzing van Nederland, de lage rente en de dalende bijdragen aan de klassieke pensioenfondsen zorgen er voor dat het thema steeds hoger op de politieke agenda staan. Hoe zit het eigenlijk met pensioenen voor zzp’ers? Waar hebben ze recht op en waar moeten ze zelf voor zorgen? Voor AVV vice-voorzitter Mei Li Vos klinken deze vragen bekend. Ze ontvang regelmatig vragen van bezorgde zzp’ers. Ze ging daarom in gesprek met MN-hoogleraar Roel Beetsma (Universiteit Amsterdam) om het hebben over de uitdagingen en de mogelijke oplossingen.

De kwetsbare positie van zzp’ers in het Nederlands driepijlersysteem

Nederland kent een driepijlersysteem voor pensioenen: (1) de AOW (Algemene Ouderdomswet), (2) het pensioenfonds en (3) de pensioenverzekering. Iedereen in Nederland - dus ook zzp’ers - heeft recht op een AOW-uitkering die door de overheid voorzien wordt. Vandaag bedraagt de AOW-uitkering voor een alleenstaande 1150 euro netto. De tweede pijler is een aanvulling op het AOW en is doorgaans voor werknemers: “90% of meer van de mensen in loondienst bouwt via premies van hun werkgever een aanvullend pensioen op. De meeste mensen krijgen dus meer dan de AOW”, vertelt Beetsma. zzp’ers zitten over het algemeen niet in een pensioenfonds, maar kunnen via de derde pijler - een pensioenverzekering - toch nog een aanvullend pensioen bovenop de AOW opbouwen. De verzekeraar belegt de premies en keert die dan op de pensioengerechtigde leeftijd maandelijks weer aan de zzp’er uit. Waar zit dan het probleem?

Zzp’ers slagen er niet in om zelf het pensioen aan te vullen
Nederland kent steeds meer zzp’ers. Als gevolg daarvan dragen ook steeds minder mensen bij aan de pensioenfondsen én zijn steeds meer mensen exclusief aangewezen op het AOW. zzp’ers bouwen in het ideale scenario zelf een aanvullend pensioen op naast het AOW, maar een groot deel doet dat niet of onvoldoende omdat ze dat financieel niet redden. “Zij moeten zowel de werknemer- als de werkgeverspremies betalen. Dat is heel duur”, zegt Beetsma. Volgens de expert zou een zzp’er ongeveer 20 à 25% van het bruto-salaris moeten investeren in het aanvullend pensioen als hij/zij op hetzelfde bedrag als een werknemer in loondienst wil uitkomen. “Bij een bruto jaarinkomen van 30.000 euro komt dat dus neer op 7500 euro. Dat is een hele forse aderlaat en vergt veel discipline.”

Beetsma ziet vooral een risico op toenemende armoede bij ouder wordende zzp’ers. “Vooral na de financiële crisis van 2008 zijn veel mensen door besparingen of automatisering overbodig geworden en zo gedwongen de zelfstandigheid in gegaan.” Volgens hem is dit de kwetsbaarste groep: zodra zij uit loondienst gaan, stappen ze ook uit het pensioenfonds en bouwen ze geen aanvullend pensioen meer op. “Het is geen ideale situatie om te starten met ondernemerschap”, merkt Beetsma op.

Biedt een minimum uurtarief voor zzp’ers dan een oplossing?
De hoogleraar betwijfelt of zzp’ers hier zelf vragende partij voor zijn, omdat ze voor opdrachtgevers dan te duur en dus niet meer interessant worden: “Ze verliezen dan simpelweg hun bestaansrecht.” Beetsma ziet voor deze groep in de toekomst een positieve ontwikkeling: “De vraag naar werkkrachten zal in de toekomst stijgen en dus ook het aantal vaste contacten. Meer mensen in loondienst betekent meer mensen in de tweede pijler van het pensioenfonds.”

Wat kan de overheid en wat kunnen zzp’ers zelf doen? Sparen, verzekeren of toch investeren in vastgoed?
Heeft de overheid hier een rol in te spelen? Beetsma stelt voor om na te denken over een gunstigere fiscale aftrekbaarheid voor zzp’ers die investeren in een aanvullend pensioen en in opleidingen. Bij sommige politieke partijen klinkt ook de roep om de zelfstandigenaftrek te investeren in pensioen of arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers steeds luider.

Natuurlijk zijn er ook opties die zzp’ers zelf kunnen overwegen. Een van de mogelijkheden is om een aanvullend pensioen op te bouwen via speciale pensioenfondsen voor zzp’ers of via een verzekeraar, maar in het laatste geval zijn de kosten en de risico’s hoger omdat het om commerciële partijen gaat. Een alternatief zou zijn om structureel te sparen via een klassieke spaarrekening. Met de huidige lage rentevoet kan het echter interessanter zijn om te investeren in vastgoed. “Je huis is je grootste spaarpot, maar wil je dat ten gelde maken, zal je het nog moeten verkopen”, sluit Beetsma af.

Heb je nog vragen over dit onderwerp? Mail dan Mei Li Vos