Kunsteducatie

Toelichting situatie

Het afgelopen jaar was nogal roerig wat betreft de arbeidsverhoudingen in de sector. Zoals bekend, hebben oorspronkelijk alleen AVV en Cultuurconnectie gezamenlijk onderhandeld over de cao 2015-2016 en een principeakkoord bereikt. FNV Kiem en Ntb weigerden met AVV aan tafel te gaan en bestempelden het cao-akkoord als waardeloos en afbraak. Nadat de beide onderhandelaars van Kiem en Ntb zijn vervangen verzochten de nieuwe onderhandelaars om toegelaten te worden tot de cao-tafel. In december is dat ook gebeurd, FNV Kiem en Ntb hebben het cao-akkoord ongewijzigd getekend, en sindsdien zijn de verhoudingen een stuk verbeterd. Wel was er nog veel achterstallig werk, met name op het gebied van subsidieverzoeken aan het Mobiliteitsfonds en van pilots voor nieuwe soorten van arbeidsvoorwaarden op lokaal niveau.

Een en ander heeft ertoe geleid dat we pas laat begonnen met het cao-traject. Vanwege de grote veranderingen waar de sector voor staat hebben alle partijen gezamenlijk besloten om de huidige cao zoveel mogelijk ongewijzigd te verlengen met een half jaar zodat we voldoende tijd hebben om ons voor te bereiden op de grotere veranderingen die nodig zijn. Donderdag 16 juni 2016 hebben werkgeversorganisatie Cultuurconnectie en alle drie vakbonden AVV, FNV Kiem en Ntb een principeakkoord gesloten over de verlenging van de cao.

Hoofdlijnen van het akkoord voor verlenging van de cao:

  • De verlenging van de huidige cao loopt van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016. Omdat het om een verlenging gaat is er nu geen loonstijging afgesproken;
  • Instellen van een commissie die de sectorspecifieke ontslagvolgorde kan uitvoeren waardoor ontslag wegens autonome daling en niet verplaatsbare arbeid, zoals in de vorige cao’s stond, kan worden voortgezet;
  • Er kunnen zes tijdelijke contracten worden gegeven, gedurende drie jaar;
  • Handhaving overgangsmaatregelen BWU en suppletie.

Hieronder vind je een toelichting op de belangrijkste punten.

Sectorcommissie Ontslagvolgorde Kunsteducatie

Er komt een Sectorcommissie Ontslagvolgorde Kunsteducatie (kortweg, de SOK) die alle bedrijfseconomische ontslagen voor docenten gaat toetsen. De normale bedrijfseconomische ontslagen toetst de commissie volgens de UWV regels. Bij ontslag wegens autonome daling of niet verplaatsbare arbeid zijn deze regels ook van toepassing, maar is alleen de ontslagvolgorde anders. Met deze commissie maken we mogelijk dat ontslag daar waar de leegstand zich voordoet kan blijven plaatsvinden. Dat levert behoud van werkgelegenheid op en dat vinden we een belangrijk doel. Voor de ontslagbescherming van docenten heeft deze procedure geen gevolgen (anders dan een andere ontslagvolgorde). De commissie moet precies dezelfde procedures toepassen als het UWV dat doet en een werkgever zal een ontslagverzoek daarom net zo zorgvuldig moeten formuleren als bij het UWV. Ontslagaanvragen voor andere functies zullen nog steeds door het UWV behandeld worden.

Cao-partijen hebben de voorkeur dat ontslagen via een vaststellingsovereenkomst worden geregeld. De werkgever dient een vrij hoog ‘griffierecht’ (kosten voor de procedure) te betalen om een ontslag voor de commissie te brengen. Werknemers hoeven geen kosten te betalen. Hiermee wordt gestimuleerd dat werkgever en werknemer proberen om er in onderling overleg uit te komen met een vaststellingsovereenkomst.

In de Kunsteducatie is het gebruikelijk om docenten voor een klein percentage te ontslaan als het aantal leerlingen terugloopt. Dit is een grote ergernis van docenten. Het zou mooi zijn als er een ondergrens is aan ontslag in de sector, waardoor je niet meer voor tien minuten of een kwartier kan worden ontslagen. Dit punt is aangekaart in de gesprekken met Cultuurconnectie. De verwachting is dat de hoogte van de kosten die een werkgever moet maken om een ontslag voor de commissie te brengen een dempende werking zal hebben op kleine ontslagen. Daarom is nu geen ondergrens afgesproken. Maar dit punt wordt meegenomen in de evaluatie van de commissie in december en heeft nadrukkelijk onze aandacht.

Nog een half jaar langer opvolgende arbeidscontracten volgens het oude systeem

In de huidige cao was geregeld dat er nog een jaar lang terug kon worden gegrepen op de oude cao-bepaling waarin stond dat tijdelijke contracten gedurende maximaal drie jaar onbeperkt verlengd konden worden. Per 1 juli 2015 is de wet zo gewijzigd dat een werkgever na drie opeenvolgende contracten binnen 24 maanden ofwel een contract voor onbepaalde tijd moet aanbieden of voor zes maanden afscheid moet nemen. Veel werkgevers in de sector (en in veel andere sectoren) geven aan dat zij, gezien de huidige economische situatie, kiezen voor de laatste optie. Een zeer ongewenste situatie volgens ons. De wet geeft de mogelijkheid om bij cao af te wijken van de nieuwe wetgeving bij specifieke functies. Omdat werknemers hier ook bij gebaat zijn hebben we dit in de cao geregeld. Tot en met 31 december 2016 kunnen docenten zes opeenvolgende tijdelijke arbeidscontracten krijgen gedurende maximaal drie jaar.

 

De suppletieregeling blijft in aangepaste vorm in de cao

In de huidige cao is een suppletieregeling afgesproken waarbij docenten, die door een klein percentage ontslag wegens terugloop van leerlingen geen recht op WW hadden, een aanvulling ontvangen. We hebben ervoor gezorgd dat deze regeling in de cao blijft staan.

 

Overgangsregeling BWU blijft in de cao

De Bovenwettelijke Uitkering (BWU) is vervallen. Dit was, kort gezegd, een aanvulling op je WW, die gold voor medewerkers met een dienstverband voor onbepaalde tijd en indien het ontslag plaatsvond wegens een subsidiedaling. In plaats daarvan kwam de wettelijke transitievergoeding. De transitievergoeding geldt ook voor medewerkers die om andere redenen worden ontslagen (tenzij het ontslag aan jezelf te wijten is) en voor medewerkers met een tijdelijk dienstverband langer dan 24 maanden. De groep die een transitievergoeding gaat krijgen, is dus veel groter dan de groep die in aanmerking kwam voor de BWU. De transitievergoeding pakt ten opzichte van de BWU met name gunstig uit voor oudere medewerkers met een lang dienstverband. Voor medewerkers met een kort dienstverband pakt de transitievergoeding minder goed uit dan de BWU. Daarom hadden we in de cao voor het eerste jaar een overgangsregeling afgesproken. Medewerkers met een dienstverband tot en met 9 dienstjaren krijgen er twee extra dienstjaren (twee fictieve dienstjaren) bij als er een transitievergoeding moet worden betaald door de werkgever. Deze regeling blijft ook staan in de verlengde cao.

AVV organiseert een stemming. Wil je deelnemen? Geef je dan op voor het cao-panel via het aan-meldingsformulier. De stemming is anoniem en staat open tot dinsdag 28 juni.

 

Wil je AVV steunen door lid te worden? Vul het aanmeldformulier in.

01 juli 2016