Fashion; Sport & LifestyleRetail non-foodSamenwerkende Winkels en KetensTuincentraVereniging van Grootwinkelbedrijven in TextielWonenXenos

Vakbonden en werkgevers hebben per 1 januari 2020 de cao aangepast. Dat was nodig om aan te sluiten bij het doel van de nieuwe wet WAB. Die wet wil vaste contracten goedkoper maken en flexibele contracten duurder. Dat vinden wij van AVV terecht: voor de flexibiliteit die werknemers geven moet meer betaald worden.

Concreet betekent het in de cao retail non-food dat als je meer werkt dan het aantal uren dat in je contract staat je daarvoor betaald wordt. Als je minder hebt gewerkt (bijvoorbeeld omdat het minder druk was) hoef je daarvoor geen extra werk te verrichten als het weer drukker wordt. De werkgever wordt daarvoor beloond met een lagere WW-premie.

Hieronder leggen we het in detail uit.

In de cao was geregeld dat je in een bepaalde periode meer of minder kon werken dan het aantal basisuren (dat wil zeggen het aantal uren in je arbeidsovereenkomst). Omdat er natuurlijk wel een limiet op zit, werd een zogeheten referteperiode van twaalf maanden ingevoerd.

Meer gewerkt: meer loon
Als je in die referteperiode meer werkte dan je basisuren, stond er in de cao:
‘je werkgever betaalt de meer gewerkte uren aan de medewerker uit; of hij laat de medewerker in de eerste 6 maanden na de referteperiode minder werken’.
Dat wordt nu: ‘je werkgever betaalt de meer gewerkte uren aan de medewerker uit.’

Minder gewerkt: je hoeft niet in te halen
Ook de situatie waarin je minder hebt gewerkt wordt aangepast: er stond in de ca
‘Als aan het einde van een referteperiode minder is gewerkt dan het aantal voor de referteperiode berekende basisuren, dan kan de werkgever de medewerker in de eerste 6 maanden na de referteperiode meer laten werken, tenzij tussen werkgever en medewerker anders is overeengekomen’
Dat wordt nu: ‘Als aan het einde van een referteperiode minder is gewerkt dan het aantal voor de referteperiode berekende basisuren, dan komen deze min-uren te vervallen en hoeft de medewerker deze niet in te halen door in de periode erna meer te werken.’

Voor de werknemer wordt het dus beter, omdat de flexibiliteit word afgerekend in het voordeel van de werknemer, na de referteperiode van twaalf maanden.

Werkgever hoeft minder premie te  betalen
De werkgever wordt door de wetgever hiervoor beloond omdat ze door deze aanpassing in de cao voor vaste arbeidsovereenkomsten de lage WW-premie gaan betalen. Per 1 januari 2020 wordt immers de premie voor de WW gedifferentieerd: voor vaste contracten een lage premie, voor flexcontracten ligt de premie 5% hoger.

Overigens is deze premiedifferentiatie in de WAB zelf weer een gevolg van de afspraken die AVV heeft gemaakt met ONL in het Sociaal Akkoord 2017, en waarvan het huidige kabinet veel heeft overgenomen in het regeerakkoord.

29 december 2019