AVV: de democratische vakbond

Column - Over mini gesproken

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt jaarlijks een aantal onderzoeksrapporten op met allerlei soorten informatie. Bijvoorbeeld de loonstijgingen, of trends in cao’s, of corona-gerelateerde maatregelen enzovoort.  

Dit soort informatie is relevant voor bijvoorbeeld sociaaleconomische ontwikkelingen.  

In 2024 publiceerde het ministerie een onderzoeksrapport dat inging op de vraag: welke vakbonden sluiten precies welke cao’s? En hoeveel?  

Het rapport draagt de titel Het al dan niet betrokken zijn van de vakbonden bij de totstandkoming van een cao en gaat over de periode 2005-2022. Kamervragen begin 2020 vanuit de SP over publicaties in de pers vormden de aanleiding. De SP zag reden voor consternatie: er zou volgens de SP een toename zijn van cao’s gesloten met ‘minivakbonden’ in plaats van met de traditionele ‘institutionele’ vakbonden, en de SP wilde dat de minister optrad. De term minivakbond wordt door de SP en de FNV gebruikt om vakbonden aan te geven, die niet zijn aangesloten bij de SER en de Stichting van de Arbeid. Overigens volstrekt ten onrechte, nu bijvoorbeeld VNLG (Vereniging het Nederlandse Luchtverkeersleiders Gilde) of de VDPI (Vereniging voor Directeuren van Penitentiaire Inrichtingen) zijn aangesloten bij de vakcentrale VCP, die in de SER en de Stichting van de Arbeid zit. Er zijn dus ook kleine ‘institutionele’ bonden als de VNLG en de VDPI. De VNLG heeft ongeveer 4001 leden. VDPI heeft maximaal 140 à 150 potentiële leden. Er zijn zo'n 35 PI’s in Nederland, en laten die elk 4 directieleden hebben, dus 35 maal 4 is maximaal 140 potentiële leden. Stel dat de VDPI organisatiegraad heeft van 100%, dan telt de VDPI 140 leden. Indien de organisatiegraad onder directeuren van penitentiaire inrichtingen lijkt op de gemiddelde organisatiegraad in Nederland, ligt het aantal leden van de VDPI eerder rond de twintig. Over mini gesproken.  

De minister stelde echter vast dat hij die toename van cao’s door niet-institutionele bonden niet herkende, maar zegde wel toe te gaan bijhouden welke vakbonden cao’s sluiten.  

Dat leverde dus in augustus 2024 het genoemde rapport op.  

Daarin staat dat het percentage door overige vakbonden (zeg maar, andere bonden dan FNV, CNV of de Unie, MP) gesloten cao’s een relatief stabiel verloop vertoont.  

Een nieuw onderzoeksrapport van het ministerie, over hetzelfde onderwerp maar dan over de jaren 2023-2024, laat nog iets interessants zien. Er blijken 342 cao’s te zijn gesloten in 2023 en 244 daarvan zijn in 2024 opnieuw afgesloten. 218 van die 244 zijn beide keren door dezelfde bonden afgesloten. Bij de resterende 26 is (dus) sprake van een wijziging in de bonden die de cao tekenen. Opmerkelijk is het volgende.   

In de helft van de gevallen neemt het aantal institutionele bonden die de cao tekenen juist toe. Bijvoorbeeld de cao Zorgvervoer en taxi, in 2023 tekende alleen CNV en in 2024 zowel CNV als FNV. In de andere helft van die 26 blijft het aantal institutionele bonden gelijk of neemt af. Het komt slechts één keer voor, dat in 2023 alleen institutionele bonden de cao tekenden en in 2024 alleen ‘overige’ bonden. Dat betrof de cao van Groningen Airport Eelde: in 2023 tekende alleen FNV, in 2024 alleen AVV. Er vallen nog geen honderd werknemers onder die cao. Niet bepaald reden voor consternatie, lijkt me.  

Martin Pikaart 
Voorzitter AVV 

28 augustus 2026

© 2017 AVV - PrivacyDisclaimer

Verenigingenweb
Cancel