AVV: de democratische vakbond

Eenzijdige weigering vakantieaanvraag had niet gemogen, aldus het Gerechtshof 

Een werknemer uit de sector Beroepsgoederenvervoer deed een aanvraag voor een vakantie en zijn werkgever weigerde deze aanvraag zonder overleg. Omdat de werknemer de vakantie al geboekt had, vroeg hij de werkgever om een gedeeltelijke financiële compensatie voor annulering van de vakantie. De werkgever weigerde dit waarna de werknemer toch op vakantie ging. Op vakantie belde de werkgever en verzocht de werknemer naar werk te komen. Toen de werknemer dat weigerde, is hij op staande voet ontslagen. 

De werknemer heeft een rechtszaak gestart en de kantonrechter heeft het ontslag op staande voet vernietigd: het vonnis luidde dat het verlof niet geweigerd had mogen worden. Vervolgens is de werkgever in hoger beroep gegaan om de uitspraak van de kantonrechter nietig te verklaren. Volgens de werkgever was het ontslag op staande voet rechtsgeldig omdat de werkgever daar een dringende reden voor gaf. Maar het hof is het eens met de kantonrechter dat de werkgever de verlofaanvraag ten onrechte heeft geweigerd en hiermee wordt de beslissing van de kantonrechter bekrachtigd. 

In de relevante cao staat dat de werkgever in overleg met de werknemer vakantie/verlofafspraken moet maken. In veel personeelshandboeken van ondernemingen staan regels omtrent het vrij vragen in drukke periodes en de werkgever beriep zich in deze zaak ook op het personeelshandboek waarin staat dat de werkgever mag bepalen wanneer de werknemer verlof mag opnemen. Een drukke periode is op zichzelf volgens de rechter niet genoeg reden om een vakantieaanvraag te weigeren. De werkgever heeft, onterecht, eenzijdig besloten dat de werknemer geen vakantie kon opnemen onder vermelding van “seizoensdrukte”. Een tweede aanvraag, voor een kortere periode, werd ook afgewezen “ivm drukte”. Volgens de rechter heeft de werkgever hiermee geen gewichtige redenen aan de werknemer aangevoerd om het verzoek te weigeren en daardoor is de vakantie van rechtswege vastgesteld volgens de wensen van de werknemer. 

In deze specifieke situatie droeg de werkgever als argument aan dat de vakantie geweigerd werd vanwege seizoensdrukte. Omdat de werkgever alle werknemers gelijk wil behandelen, zou het niet fair zijn om vakantie aan deze werknemer toe te kennen terwijl veel andere werknemers, mogelijk, ook vakantie zouden willen hebben in deze periode. De werknemer sprak tegen dat veel collega’s ook in die periode op vakantie wilden. De werknemer had in dit geval verder aangevoerd dat zijn echtgenote met gezondheidsproblemen kampt, reden om nu een vakantie te plannen.  

Het vonnis is dus afhankelijk van tamelijk specifieke omstandigheden en de uitspraak van deze rechtszaak kan niet als precedent worden gezien voor soortgelijke situaties waarin vakantieaanvragen geweigerd worden. 

Zit je ook met een kwestie, en twijfel je over wat je moet doen? Neem contact met ons op via info@avv.nu. Wij staan altijd aan jouw kant! 

29 oktober 2026

© 2017 AVV - PrivacyDisclaimer

Verenigingenweb
Cancel