Vijf uur werken voor nog geen zestig euro. Nee, dit is niet het loon van een zestienjarige vakkenvuller, maar van de ervaren journalist Britt van Uem (48). Al jaren werkte ze als freelance verslaggever voor verschillende regionale kranten. Rijk werd ze er niet van, maar de afspraken waren helder: ze kreeg een vaste prijs per verhaal.

Toen uitgeverij De Persgroep (nu DPG Media) in 2016 de kranten waarvoor ze werkte overnam, veranderde dat. Britt kreeg niet meer per stuk uitbetaald, maar per gepubliceerd woord. Dat betekende dat haar toch al lage opbrengsten ook nog eens gingen schommelen: als een eindredacteur bepaalde dat er honderd woorden van een stuk af moesten, kostte dat Britt geld.

Ze besloot actie te ondernemen. In het tv-programma Wat verdien jij? maakte ze haar verdiensten openbaar. Gemiddeld hield ze aan een stuk waar vijf uur werk in zat nog maar 57,80 euro over. Hoewel de toeschouwers in de zaal geschokt reageerden, bleef de gehoopte sympathie van collega’s en mede-freelancers uit.

Toen de Nederlandse Vereniging van Journalisten en de Auteursbond niet veel later vroegen of ze een rechtszaak tegen de Persgroep wilde aanspannen, twijfelde Britt niet. Ze won de zaak en de uitgever moest haar met terugwerkende kracht meer geld geven voor haar prestaties. Toch was het bepaald geen zoete overwinning. Behalve van de beroepsverenigingen kreeg Britt van niemand steun. Collega’s hielden opnieuw hun mond. Bovendien verloor Britt al haar werk bij de kranten van De Persgroep.

De kleine speler delft het onderspit
Het is de realiteit van een groeiende groep werkenden in Nederland. Meer dan een miljoen mensen werken als freelancer. Ze sturen per klus een factuur naar hun opdrachtgever. Hoeveel ze vragen voor hun werk mogen ze zelf weten, want collectieve afspraken over een minimumtarief bestaan er nauwelijks. Freelancers zoals Britt staan in hun eentje tegenover grote opdrachtgevers zoals De Persgroep.

Dat moet anders, vindt Mei Li Vos, medeoprichter van AVV. ‘Een individuele werkende delft altijd het onderspit. Om dat te voorkomen heb je regels van de overheid nodig. Voor werknemers zijn die er: de CAO. Maar voor freelancers is het lang heel lastig geweest om iets van collectieve afspraken te maken, vanwege de Mededingingswet.

Bouwfraude is wat anders dan cent per woord
Die wet schrijft voor dat ondernemers geen gezamenlijke prijsafspraken met elkaar mogen maken, omdat ze anders de prijs voor een product zo ver kunnen opstuwen als ze willen - waar de consument dan weer de dupe van is. ‘De wet komt uit de tijd van de bouwfraude,’ legt Vos uit. ‘Bouwbedrijven maakten onderlinge prijsafspraken en hebben zo de belastingbetaler voor veel geld opgelicht. Maar je moet je afvragen: is er niet een verschil tussen bouwbedrijven die miljarden opstrijken en een paar zzp’ers die afspraken willen maken over het aantal centen per woord?’

Dat een bouwbedrijf met miljoenen omzet en een zelfstandig journalist als Britt niet dezelfde bedreiging vormen voor de consument, is de wetgever de afgelopen jaren gaan inzien. Sinds 2010 mogen ondernemers die samen niet meer dan tien procent van de markt vertegenwoordigen zich verenigen en prijsafspraken met hun klanten afdwingen. En in de zomer van 2019 heeft mededingingsautoriteit ACM groen licht gegeven voor bepaalde beroepsgroepen om collectieve prijsafspraken te maken.

‘Gefeliciteerd, maar we gaan nooit meer zaken met je doen’
Een goede ontwikkeling zou je denken, maar Britts voorbeeld laat volgens Vos zien dat de nieuwe regels nog niet direct een betere onderhandelingspositie opleveren. ‘Echt grote spelers, zoals uitgeverijen van kranten, zeggen gewoon: ‘Gefeliciteerd, je hebt gewonnen, maar we gaan nooit meer zaken met je doen.’ Want er bieden zich alsnog ontzettend veel anderen aan voor een lager tarief.’

Die willen natuurlijk ook wel meer verdienen, maar zijn bang voor hetzelfde lot als Britt als ze dat aankaarten. Daarom heb je pas echt iets aan de mogelijkheid tot het maken van prijsafspraken als je je verenigt, stelt Vos. ‘Je kunt pas een vuist maken als je met zovelen bent dat een opdrachtgever je niet kan negeren. Vijftig procent van de markt, of het liefst natuurlijk honderd. Het signaal dat een aantal freelande redacteuren onlangs maakten bij NRC Handelsblad is een begin, maar er is meer nodig. ’

Architecten
‘Met genoeg freelancers als leden kan een vakbond aanschuiven bij de CAO-onderhandelingen en zeggen: werknemers krijgen minimaal dit loon, dus dan moeten freelancers minimaal dit tarief krijgen en ze mogen zich niet aanbieden voor minder. Voor architecten is dit onlangs gelukt. Die hebben zich verenigd en er is nu een CAO waarin de positie van freelancers is opgenomen.’

Als opdrachtgevers hun freelancers naar verhouding evenveel moeten betalen als hun werknemers, neem je de perverse prikkel voor opdrachtgevers weg om te gaan voor zo min mogelijk arbeidskosten, zegt Vos. ‘Want waarom verdient Britt een tientje per uur? Alleen omdat het kan.’ Als dat niet meer mag, wordt freelancen weer echt een keuze. ‘Als werknemer heb je dan het voordeel van wat meer vastigheid, als freelancer heb je wat meer vrijheid. Maar qua loon, en dus kosten voor de opdrachtgever, maakt het niet uit.’

Woedende massa
Sommigen zeggen dat freelancers niet moeten zeuren over hun tarieven, want het is toch leuk werk? Onzin, vindt Vos. ‘Waarom moet werk dat je leuk vindt, per se slecht verdienen? Want zo wordt er vaak gedacht: succes is een keuze, falen is je eigen schuld. Je wil dit creatieve werk doen? Kan, maar dan moet je ook voor lief nemen dat je bijna niets verdient. Waarom zou dat zo moeten zijn? Bovendien: de grote mediabedrijven verdienen wél flink aan de zogenaamde hobby van de schrijvende freelancers.’

Wat er nodig is: dat freelancers boos worden. ‘Je hebt een waanzinnige, brullende, woedende massa nodig. Om bij het voorbeeld van de journalisten te blijven: freelancers moeten collectief de krant platleggen. Door zich als ware freelancers te gedragen en te zeggen, het liefst allemaal op dezelfde dag: ‘vandaag kom ik niet, want ik ga toch liever even op de thee bij mijn moeder.”

Alleen op die manier kun je zowel opdrachtgevers als de overheid tot de orde roepen en dwingen tot het maken van fatsoenlijke afspraken. Maar om zover te komen, moet onze mindset veranderen, stelt Vos. ‘We zijn helemaal ingesteld op het idee dat we alles alleen moeten doen. Maar het kan alleen samen. En het kán echt, maar freelancers moeten het durven.’